Praten maakt niet slimmer. Luisteren wel.

 

 

 

 

Luisteren is waarschijnlijk de meest onderschatte vaardigheid binnen communicatie.

 

Spreken, schrijven, lezen krijgen de meeste aandacht.

Veel mensen leven dan ook in de veronderstelling dat de beste communicatoren per definitie ook de beste praters zijn.

Klopt dit wel?

 

Neen dus.

 

De realiteit is dat de effectiviteit van communicatie toeneemt naarmate het luisterniveau stijgt.

Mensen in werksituaties hebben meer invloed door goed te luisteren dan door goed te praten.

Opmerkelijk dus dat in leiderschap ontwikkeling veel meer aandacht wordt besteed aan 'goed je boodschap formuleren' dan aan luisteren.

 

Als je goed luistert, beschik je over veel informatie, ben je op de hoogte van wat er speelt, heb je een grotere invloed op de andere.

En dat is net wat men van leiderschap verwacht, een positieve invloed op de andere.

 

Nu het goede nieuws. Slecht luisteren is in feite heel normaal.

 

Omdat we vooral visueel ingesteld zijn, verwerken we de meeste informatie met onze ogen. Hierdoor zijn onze andere zintuigen lui geworden.

Uit onderzoek is gebleken dat we moeite hebben met luisteren omdat we ons 55 % van de tijd concentreren op de lichaamstaal van die andere en dan nog eens 38 % op de intonatie.

Intonatie gebruikt men als het ware om leestekens in een gesproken zin hoorbaar te maken, waardoor het voor de luisteraar minder moeite kost om de inhoud te begrijpen.

 

Blijft slechts zeven procent over om zich echt te concentreren op wat die persoon in feite wil zeggen.

 

We zijn dus, van nature uit, vreselijke luisteraars.

We worden afgeleid door 93% non-verbale signalen, en gebruiken maar 7% om echt te vatten wat we zouden moeten horen.

 

De oorzaak ligt in onze hersenfuncties.

 

De gemiddelde persoon spreekt met 125 woorden per minuut, de opname capaciteit van onze hersens ligt dan weer op 300 woorden.

Onze hersenen verwerken de informatie dus veel sneller.

Logisch dat we de restcapaciteit van onze hersenen opvullen met andere gedachten en onze aandacht verslapt tijdens het luisteren.

Dus denken wij al na over wat we als antwoord zullen verzinnen, over een meeting die we binnen enkele uren hebben, over een taak die we nog moeten afwerken.

In werkelijkheid missen we belangrijke informatie.

 

Om beter te luisteren, om echt te vatten wat die andere aan het vertellen is, zal je dus die overmatige hersencapaciteit moeten gebruiken om je luisteren te verbeteren en je te concentreren op wat die andere persoon echt zegt.

Luisteren is geen passieve activiteit. Het gaat om opletten en aandacht geven.

Actief bezig zijn met luisteren, biedt écht begrip en levert de informatie die we nodig hebben om weloverwogen beslissingen te nemen.

 

Gelukkig kan iedereen een betere luisteraar worden.

Misschien deze kleine tip, die ik zelf in mijn coaching activiteiten hanteer. De afkorting LSD kan je daarbij helpen.

 

Dit staat voor Luisteren, Samenvatten en Doorvragen.

 

Luisteren:  luisteren begint met zwijgen.

Zet je eigen ideeën even in de koelkast, concentreer je op wat iemand te zeggen heeft.

En vooral, onderbreek de andere niet in zijn verhaal.

Wat als het verhaal wel heel lang duurt? Niemand kan een halfuur aan een stuk spreken zonder een pauze in te lassen, meestal een kleine stilte.

Gebruik dat moment om samen te vatten of om door te vragen. Niet alleen hou je op die manier het verhaal kort, je helpt die andere dan nog eens zijn verhaal te structureren, mocht het nodig zijn.

 

Samenvatten: Door samen te vatten wat je gesprekspartner zegt, dwing je jezelf om geconcentreerd te blijven luisteren en help je de andere door ervoor te zorgen dat je het duidelijk begrepen hebt.

Vat het wel samen in de andere zijn woorden, niet in de jouwe.

Bovendien kan je op die manier controleren of je alles wel goed hebt begrepen.

Is dat niet het geval, kan  je gesprekspartner weer reageren op wat jij zegt.

Ook geef je de ander dan een kans om nog iets toe te voegen. Zo nodig kan je doorvragen.

 

Doorvragen: Luisteren is dus niet zomaar zwijgen.

Hou het vooral op het stellen van open vragen.

Begin een vraag dus altijd met wie, wat, waar, waarom of hoe om te voorkomen dat iemand met slechts een ja of neen kan antwoorden.

Een antwoord waar je meestal niets aan hebt.

Doe geen aannames, stel alleen vragen om de andere iets te laten verduidelijken.  Wat bedoel je met?

En zó ontstaat een echt gesprek.

 

Wat levert het op?

  • Het bewijs van aandacht voor de verteller, hij of zij weet zich gehoord

  • Meer en specifiekere informatie

  • Een beter begrip van het gezegde.

 

 

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

© 2017  by Benoit De Witte.